GRENZEN AANGEVEN BIJ JE KINDEREN, LASTIG?!

GRENZEN AANGEVEN BIJ JE KINDEREN, LASTIG?!

Annemiek van Ginkel Annemiek van Ginkel 28 september 2021 Blog
Leestijd: 8 minuten

Kinderen hebben een aangeboren drang zich te ontwikkelen en de wereld te willen ontdekken. Zonder deze drang zou je kind niet de behoefte voelen te gaan zitten, staan, lopen, zich te leren aankleden en alle andere uitdagingen waar jonge kinderen voor staan. Dit vraagt om aanmoediging, maar ook om begeleiding en grenzen. In de eerste plaats; grenzen voor de veiligheid van je kleine wereldveroveraar, maar in de tweede plaats ook grenzen om de sociale regels en normen en waarden te leren kennen. Een kind dat niet begrensd wordt, kan niet alleen een gevaar voor zichzelf zijn, maar groeit ook op tot een onevenwichtig persoon die niet goed kan functioneren in het dagelijkse leven.


Wat betekent ‘grenzen aangeven’?
Grenzen aangeven is niet hetzelfde als straffen. Grenzen aangeven bij je kind(eren) heeft het doel hen te begeleiden en duidelijkheid te geven over wat gewenst en ongewenst is.

Grenzen geven duidelijkheid, houvast en veiligheid. Een peuter die grenzen aangeboden krijgt, weet wat er van hem/ haar verwacht wordt, maar ook wat hij/zij van de omgeving mag verwachten. En dat draagt bij aan het zelfvertrouwen. Kortom, grenzen zijn belangrijk. Kinderen zoeken graag de grenzen op en kunnen erg boos worden wanneer ze tegen grenzen aanlopen. Dat leidt tot frustratie, maar het leren omgaan met deze frustratie is óók heel leerzaam.

Het is niet altijd leuk om grenzen aan te geven maar je kinderen hebben het wel ècht nodig. Er moeten gewoon een paar regels of grenzen zijn om het leven met elkaar fijner te maken. Grenzen stellen betekent bepaalde dingen verbieden, maar het betekent ook aangeven wat je kind allemaal wél mag.


Hoe bied je op een goede manier grenzen?
Vaak bestaat het aangeven van grenzen uit het aanbieden van regels. Het is belangrijk bij het bepalen van de regels dat je niet alleen focust op wat er niet mag, maar juist ook aangeeft wat er wèl mag. En de regels die je geeft moeten zinvol en haalbaar zijn. Een regel is zinvol wanneer je kind er iets van leert of wanneer deze hem/ haar beschermt. En natuurlijk moet het haalbaar zijn voor je kind om zich aan de regel te houden. Wanneer jij voor je tweejarige de regel opstelt dat hij zijn speelgoed zelfstandig moet opruimen is de kans groot dat zowel jij als je dreumes gefrustreerd raken. Dat is nog een beetje te veel gevraagd.

Frustratie kan ook ontstaan wanneer er teveel regels gelden. Jij raakt als ouder gefrustreerd omdat je niets anders meer doet dan de grenzen bewaken. Je kind zal steeds slechter gaan luisteren omdat hij/ zij er aan gewend raakt de hele dag gecorrigeerd te worden, waardoor het effect hiervan afneemt. Het ene kind heeft wat meer duidelijkheid en regels nodig dan het andere. Maar sommige dingen kan je best aan je zoontje/ dochtertje zelf overlaten, de meeste kinderen weten hoe het hoort. Daarbij moeten de regels je kind niet afremmen in de ontwikkeling en dus, moet je met je kind meegroeien. Een kind van vier mag niet alleen naar school lopen, een kind van acht meestal wel.

Belangrijk bij het stellen van regels is dat je consequent bent. Wanneer een regel de ene dag wel wordt nageleefd en de volgende dag niet, is de kans groot dat je kind deze grens zal blijven opzoeken. Regels die consequent gelden, zorgen voor meer duidelijkheid, minder strijd en hierdoor een betere sfeer. Probeer als ouders dan ook zoveel mogelijk op één lijn te zitten.


Vanaf welke leeftijd werken regels?
Natuurlijk moet je vanaf zeer jonge leeftijd grenzen stellen, dan vaak nog vooral uit veiligheidsoverweging. Maar bij een baby/dreumes heeft het stellen van regels nog geen zin. Tot de leeftijd van anderhalf/twee jaar snappen kinderen regels echt nog niet. Peuters beginnen regels wel beter te begrijpen, maar ook dan is dit begrip nog maar beperkt. Kinderen onder de drie hebben nog een extern geweten. Feitelijk zijn hun ouders hun geweten. Hierdoor zien we ook vaak dat een peuter in het bijzijn van de ouder netjes van de knopjes van de TV afblijft, maar zodra deze even wegloopt wel aan de knopjes zit. Niet om het stiekem te doen, maar omdat de regel dan voor het kind gewoon niet meer geldt. Peuters boven de drie beginnen zich steeds beter aan de regels te houden, al gebeurt dit nog wel vooral vanuit de behoefte aan verwachtingen te voldoen en nog niet vanuit een moreel besef wat juist is. Kinderen beginnen zo rond hun zesde jaar echt een geweten te ontwikkelen.


Hoe bewaak je de grenzen?
Je grenzen aangeven bij kinderen is één ding, maar je grenzen bewaken is een tweede en minstens zo belangrijk. Wat doe je als je kind over je grenzen heen gaat? Soms lijkt straffen de enige oplossing maar gelukkig hoeft dat niet altijd. Bewaak je grenzen goed door je kind dit telkens duidelijk te maken (Ik vind het niet leuk als je met blokken door de kamer gooit / ik vind het niet leuk als je door de kamer schreeuwt als ik aan het bellen ben). Als je kind eroverheen gaat, geef je dit rustig aan en vertel je dat je het gedrag van je kind niet op prijs stelt. Het is belangrijk om te benoemen dat het weer om zijn gedrag gaat, zeg dus ook nooit tegen je kind dat je hem of haar niet leuk vindt! Blijft je kind over je grenzen heen gaan? Dan kan even apart zetten effectief zijn. Bespreek daarna natuurlijk wel samen waarom je hem even apart had gezet.

Een methode die ook heel goed werkt is goed gedrag belonen. Houdt je kind zich aan de regels, beloon je kind dan door complimenten te geven. Bijvoorbeeld als je kind lekker zit te eten, lief aan het spelen is of helpt met opruimen. Soms vergeten we kinderen die goed bezig zijn te complimenteren, maar dat is juist belangrijk. Zo geef je jouw kind namelijk positieve aandacht en dat vindt hij/zij veel leuker dan gecorrigeerd te worden. Je zal zien dat het zijn vruchten afwerpt en je kind steeds vaker gewenst gedrag laat zien.


Waarom is grenzen aangeven bij je kinderen soms lastig?
Sommige ouders vinden grenzen aangeven bij hun kind(eren) lastig en dat is heel begrijpelijk. Het liefst wil je gezellig met elkaar omgaan en niet optreden als politieagent. Soms willen ouders ook vaak liever ‘vriendjes zijn’ met eigen kinderen, maar dat is niet de juiste aanpak. Waarom is het juist belangrijk dat je echt de ouderrol uitvoert:

  • Door jouw rol als ouder kun je jouw kind andere dingen leren dan wat je kind van vriendjes leert. Bijvoorbeeld: door te spelen met andere kinderen leert je kind sociale omgangsvormen. Denk aan het delen van speelgoed, het troosten van een vriendje, omgaan met teleurstelling en voor zichzelf opkomen. Jij leert dit jouw kind natuurlijk ook, maar bij jou is het gekleurd door je eigen ervaringen, daardoor reageer jij anders op bepaalde situaties dan kinderen;
  • Kinderen hebben ouders nodig om tegenop te kijken: als ouder breng je jouw kind onmisbare levenslessen bij. Omdat je jouw kinderen veel leert door wat je vertelt en hoe je jezelf gedraagt (je hebt een voorbeeldfunctie) ben je voor je kind zijn superheld. Een superheld waar ze tegenop kijken en op terug kunnen vallen;
  • Jouw liefde als ouder is onvoorwaardelijk, gewoon omdat je er voor ze bent. Daardoor wil je kind op jonge leeftijd vaak met je trouwen. Je bent de allerbelangrijkste persoon in zijn leven, belangrijker dan vriendjes. Als kinderen de puberteit hebben bereikt willen ze weliswaar niet meer met je trouwen, ze weten wel dat je er altijd voor hem bent en nooit zal laten vallen;
  • Voor je kind ben je zoveel meer dan alleen dan een vriend: Bij wie willen ze het liefst liggen als ze ziek zijn? Om wie roepen ze ’s nachts als ze eng gedroomd hebben? Wie weet precies waar ze om moeten lachen? Inderdaad: papa en mama. Papa en mama staan bij je kind op één en dat heb je niet bereikt door alleen maar toe te geven aan hun wensen, maar ook door er tegenin te gaan als dat nodig is.

Tips voor grenzen aangeven bij kinderen
Het is niet vreemd als je niet meteen weet hoe je nu op een goede manier grenzen kunt aangeven bij je kinderen. Veel ouders worstelen hiermee en leren het met vallen en opstaan. Soms komen ze erachter dat ze te streng zijn of dat bepaalde regels niet werken en soms moeten ze er toch meer regels bij bedenken. Soms is bijstellen dus nodig. De grenzen die je aangeeft groeien mee in de ontwikkeling van je kind en van jou als ouder, en dat is allemaal helemaal goed! Onderstaand nog wat handige tips om op te letten bij grenzen aangeven:

  • Zorg ervoor dat jij en je partner dezelfde grenzen hanteren, anders is het heel verwarrend voor je kind;
  • Heel belangrijk: wees consequent. Zeg niet de ene keer ja en de andere keer toch nee, want dan is de grens vervaagd en zal je kind telkens proberen eroverheen te gaan. Geef op tijd aan wanneer je kind over de grens gaat. Geef daarbij wel aan dat je last hebt van het gedrag van je kind, het is niet je kind zelf waar je last van hebt;
  • Wees geduldig: soms vergeten ouders dat kinderen tijd nodig hebben om aan een regel te wennen. Blijf het dus herhalen en probeer rustig te blijven. Consequent zijn blijft het sleutelwoord. Is je kind al wat ouder? Ga erover in gesprek: vraag aan je kind of hij weet waarom de regel er is. Zo leert hij erover na te denken en kan je beter uitleggen waarom sommige grenzen nodig zijn;
  • Bedenk regels die zinvol zijn en die een bijdrage leveren in de ontwikkeling van je kind. Zoals dat jullie altijd aan tafel eten en dat hij zelf zijn jas en schoenen opruimt als jullie thuiskomen van een wandeling naar de speeltuin. Ook de regel ‘eerst het speelgoed opruimen voor je met iets anders gaat spelen’ is goed vol te houden én leerzaam;
  • Hanteer niet teveel regels, dat is voor jezelf niet leuk en voor je kind ook niet. Teveel grenzen zijn niet ook niet goed, het moet wel gezellig blijven thuis. Bedenk daarom samen met je partner wat jullie het meest belangrijk vinden en stel daarover grenzen op. Zoals bepalen hoe laat je kind in de ochtend uit zijn slaapkamer mag komen en hoeveel schermtijd jullie op een dag willen hanteren. Bij oudere kinderen kun je jouw kind betrekken bij het opstellen van grenzen. Zo heeft hij het gevoel inspraak te hebben en is er een grote kans dat hij het volhoudt. Zo kunnen jullie bepalen hoe lang er op een dag televisie wordt gekeken en kan hij beslissen elke dag zelf zijn kleding te willen uitkiezen;
  • Veel kinderen zullen je proberen te testen hoe ver ze kunnen gaan. Blijf herhalen (nee, je mag niet met eten gooien) en probeer rustig te blijven: boos worden werkt zelden. Is je kind nog wat kleiner? Dan kun je het best de regel benoemen en hem daarna afleiden. Jonge kinderen zijn nog niet in staat goed te begrijpen wat de gevolgen van hun gedrag zijn;
  • Bij oudere kinderen kun je alternatieven geven voor een regel. Bijvoorbeeld niet voetballen in huis, maar wel buiten;
  • Respecteer ook de grenzen van je kind. Kinderen kunnen bijvoorbeeld heel goed aangeven wanneer ze genoeg hebben gegeten of wanneer ze bijvoorbeeld niet aangeraakt willen worden. Als jij de grenzen van je kind respecteert, begrijpen ze beter hoe fijn het is en zullen ze dat andersom ook doen. Geeft je kind zelf geen grenzen aan? Begin dan eens een gesprek hierover zodat je laat merken dat je zijn grenzen ook wil leren kennen én respecteren.

Mocht je er zelf niet meer uit komen, neem dan gerust contact met mij op door het invullen van het contactformulier op de pagina CONTACT.

 

Groetjes Annemiek